Vlak of ruimtelijk: vorm en volume
Een cirkel is plat, een bol heeft volume. Met licht, schaduw en een paar extra lijnen maak je van een vlakke vorm iets dat je bijna kunt vastpakken.
Waarom
Hoe kan een tekening op een plat blad eruitzien alsof je er een appel uit kunt nemen?
Je blad is plat: het heeft alleen een breedte en een hoogte. Toch kun je er een bol, een doos of een vaas op tekenen die diepte lijkt te hebben.
Dat lukt omdat je oog zich laat bedriegen door schaduw en door lijnen die schuin naar achteren lopen.
Zie het
Kies een vlakke vorm en schuif naar ruimtelijk. Kijk welke vlakken en welke schaduw erbij komen.
Beschrijving van het beeld
Een vlakke vorm, bijvoorbeeld een cirkel, een vierkant of een driehoek. Een schuifje maakt er stap voor stap een ruimtelijke vorm van: de cirkel wordt een bol met licht en schaduw, het vierkant een kubus met een boven- en zijvlak, de driehoek een kegel. De tekst zegt hoe de vlakke vorm en de ruimtelijke vorm heten.
Snap het
Een vlakke vorm (2D) heeft twee maten: breedte en hoogte. Cirkel, vierkant, rechthoek en driehoek zijn vlakke vormen. Je tekent ze met een contourlijn of vult ze met één kleur.
Een ruimtelijke vorm (3D) heeft er een maat bij: de diepte. Bol, kubus, balk, cilinder, kegel en piramide zijn ruimtelijke vormen. In de kunst noemen we dat ook volume.
Bij elke vlakke vorm hoort een ruimtelijke: van een cirkel maak je een bol, van een vierkant een kubus, van een rechthoek een balk of een cilinder, van een driehoek een kegel of een piramide.
Om volume te tekenen, heb je twee hulpmiddelen. Extra vlakken: bij een kubus teken je ook het bovenvlak en een zijvlak, schuin naar achteren. En schaduw: de kant weg van het licht is donkerder, en een ronde vorm loopt geleidelijk van licht naar donker.
Vlak (2D) = breedte en hoogte. Ruimtelijk (3D) = breedte, hoogte en diepte. Volume toon je met extra vlakken en met schaduw.
Uitgewerkt voorbeeld
Je hebt een vierkant getekend. Hoe maak je er een kubus van?
Teken vanuit drie hoeken van het vierkant korte schuine lijnen naar achteren, allemaal in dezelfde richting en even lang.
Verbind de uiteinden: zo krijg je een bovenvlak en een zijvlak.
Kies waar het licht vandaan komt. Laat het voorvlak licht, maak het zijvlak donkerder en het bovenvlak half donker.
- Antwoord
Een kubus met drie zichtbare vlakken, elk met een eigen toon.
Doe het
Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.
Maak het
Een opdracht voor op papier, in de klas of thuis.
Van platte vormen naar een stilleven
30 tot 45 minuten
Wat je nodig hebt
- tekenpapier
- een potlood HB en een zacht potlood (4B)
- een gom
- drie voorwerpen uit je huis of de klas: iets ronds, iets hoekigs en iets met een punt
Zo pak je het aan
- Zet de drie voorwerpen naast elkaar op tafel, met licht van één kant (een raam of een lamp).
- Teken eerst alleen hun vlakke vorm: een cirkel, een rechthoek, een driehoek. Heel licht.
- Maak er ruimtelijke vormen van: voeg vlakken toe en ronde randen waar dat nodig is.
- Kijk waar het licht vandaan komt en arceer de donkere kanten met het zachte potlood.
- Teken onder elk voorwerp een schaduw op tafel, aan de kant weg van het licht.
Kijk terug: Welk voorwerp ziet er het meest ruimtelijk uit? Was het de schaduw of waren het de extra vlakken?
Valkuilen
Fout: Een cirkel en een bol zijn hetzelfde.
Een cirkel is plat. Een bol heeft diepte: je toont dat met licht en schaduw.
Juist: Wil je een bol, laat dan het licht op één plek vallen en maak de rand aan de andere kant geleidelijk donkerder.
Fout: Bij een kubus teken je de schuine lijnen in alle richtingen.
Dan klopt de kubus niet meer: de vlakken lijken te kantelen.
Juist: De lijnen naar achteren lopen evenwijdig en even lang, of ze lopen samen naar één punt (zie perspectief).
Fout: Volume maak je met een dikke contourlijn.
Een dikke rand maakt een vorm juist vlakker, zoals in een strip of een kleurplaat.
Juist: Gebruik schaduw binnen de vorm, niet alleen een rand eromheen.
In het echt
- Een verkeersbord is vlak, een pylon op de weg is een kegel.
- Een beeldhouwer werkt met echt volume: je kunt rond een beeld lopen en het van alle kanten zien.
- In games en animatiefilms worden figuren als ruimtelijke vormen gebouwd, met licht dat de schaduw bepaalt.
Geschiedenis
Schilders in Italië gebruikten in de renaissance sterk licht en donker om vormen rond te laten lijken. Daar komt het woord chiaroscuro vandaan, Italiaans voor licht-donker.
Aan tafel
Zoek samen thuis een voorwerp voor elke ruimtelijke vorm: een bol, een kubus, een cilinder en een kegel. Welke was het moeilijkst te vinden?
Een vraag om samen over te praten, voor ouders en kinderen. Er is geen fout antwoord.